CAAD is Cannondale
Vier decennia CAAD
CAAD staat voor Cannondale Advanced Aluminum Design, en we hebben de grenzen op het gebied van geavanceerd aluminiumdesign steeds verder ontwikkeld sinds onze revolutionaire eerste fiets in 1983 van de band rolde.
CAAD heeft wedstrijden op het allerhoogste niveau gewonnen, hele categorieën gevormd en geweigerd om trends in de industrie te volgen als die de verkeerde kant op gingen. En hoewel de materialen en productiemethoden in de loop der jaren zijn geëvolueerd, is de basisgedachte achter CAAD nooit veranderd: aluminium laten doen waar aluminium het beste in is.
Om de nieuwste evolutie van CAAD, de CAAD14, te begrijpen, moet je begrijpen waar hij vandaan komt – en waarom hij nooit is verdwenen.
Voordat CAAD CAAD heette
Cannondale’s aluminiumverhaal begint in 1983, lang voordat de term CAAD bestond, in de tijd dat staal nog de dienst uitmaakte in de wielerwereld. Stalen frames, gemaakt van smalle stalen buizen door ervaren framebouwers in Europa, waren destijds de norm. Zo was het altijd geweest, en – zo dacht iedereen – zo zou het ook altijd blijven. Sommige bouwers experimenteerden wel met aluminium of titanium, maar de frames werden steevast te flexibel, te zacht en te zwak geacht om mee te koersen. Acceptabel misschien voor amateurs of toerders, maar zeker niet voor profwielrenners, of voor die bizarre nieuwe offroad-fiets uit de VS, de ’mountainbike'.
Dat was, natuurlijk, totdat een beginnend outdoorbedrijf uit Connecticut stilletjes zijn eerste fiets lanceerde en de hele wielerwereld op zijn kop zette.
Die fiets was de ST500, een toerfiets voor op de weg, gemaakt van wat men toen zag als idioot dikke aluminiumbuizen. Het zag er bruut uit en anders dan alles wat men gewend was. Maar het doel was niet opvallen, maar presteren. Onze engineers hadden ontdekt dat aluminiumbuizen met een grote diameter zowel lichter als stijver zijn dan staal of titanium, wat de efficiëntie, handling en snelheid enorm verbetert. Het was een verschil dat je direct bij de eerste trap voelde.
Die simpele toerfiets ontketende een heuse framebouw-revolutie. Het tijdperk van staal was over. Het tijdperk van aluminium was begonnen.
Vier decennia CAAD
Die eerste frames heetten nog geen CAAD. In feite hadden ze überhaupt geen modelnamen zoals tegenwoordig. Het waren simpelweg Toer-, Race- en All-Terrain-frames. Maar ze hadden wel al veel van de kenmerken die later met de CAAD-frames geassocieerd zouden worden: oversized aluminiumbuizen, strakke lasnaden, levenslange garantie en een gedurfd, vooruitstrevend design.
Snel geleerd, licht gebouwd
In de jaren ’80 bracht Cannondale een hele rits nieuwe, innovatieve fietsen op de markt: all-terrain MTB's, racefietsen, hybrides en tandems, en terwijl we bleven ontwikkelen en verbeteren, beseften we dat we een naam nodig hadden om de nieuwe technologieën te onderscheiden van de oude. In 1989 verschenen vervolgens de 3.0 Series-frames, die zo heetten omdat ze ongeveer 3 pond (1,36 kilo) wogen – ultralicht voor die tijd. Deze fietsen hadden zelfs nog dikkere buizen, met cantilever-dropouts om gewicht te besparen en de achterdriehoek stijver te maken.
Een paar jaar later legden de 2.8-raceframes de lag nóg hoger. Met frames van een vederlichte 2,8 pond (1,27 kilo) betekenden deze fietsen een grote stap vooruit op het gebied van prestatiegericht aluminiumdesign, met piramidevormige onderbuizen en agressief gevormde, 'butted' buizen. We maakten daarbij al vroeg gebruik van Computer Aided Design (CAD), waardoor onze engineers de buizen konden vormgeven met een precisie die destijds ongekend was.
Toen CAAD ten tonele verscheen
De naam CAAD deed zijn intrede in 1996, maar niet waar de meeste mensen zouden denken: hij werd voor het eerst gebruikt voor mountainbikes, met CAAD3-frames voor F-Series hardtails en CAAD2-frames voor hybrides en toerfietsen. Vanaf dat moment kreeg elke nieuwe versie een hoger CAAD-nummer in plaats van de eerdere aanduidingen 2.8 en 3.0.
In deze fase verwees CAAD specifiek naar het frame, niet naar de hele fiets. Fietsers kochten bijvoorbeeld modellen zoals de F2000 en R5000, die waren opgebouwd rond een bepaald CAAD-frame. Het idee van CAAD als opzichzelfstaand platform zou later volgen.
Off-road waren de resultaten er direct.
Aluminium was niet alleen competitief – het werd de standaard. Tegen 2003 stapten we af van de CAAD-naamgeving voor mountainbikes en kozen we voor expressievere namen zoals Optimo en Furio. De missie was geslaagd, en de technologie had zich ruimschoots bewezen.
De weg-gok die zich uitbetaalde
Het bepalende hoofdstuk van het CAAD-wegverhaal – dus van de CAAD zoals de meeste mensen die nu kennen – begint echt in 1997. Cannondale wist dat het, om zich mondiaal op de kaart te zetten als top-wielermerk, moesten racen – en winnen – in Europa. De uitdaging zat 'm in de perceptie. Hoewel oversized aluminium al enorm succesvol was gebleken in alle andere wielerdisciplines, achtten de Europese profteams het nog steeds niet geschikt voor wedstrijden op topniveau. Ze vonden het er vreemd uitzien en dachten het de power van de grote mannen niet aankon.
Na maanden van geheime tests en onderhandelingen verraste Cannondale de gevestigde wieler-orde door Team Saeco te contracteren. Maar wat er daarna gebeurde, schokte de wielerwereld nog meer. De stijfheid en het gewicht van het CAAD3-frame maakten grote indruk op de hele Saeco-ploeg, vooral op supersprinter Mario Cipollini.
De rest van het peloton dreef de spot met de oversized frames van het team. En toen begonnen de koersen.
Oversized aluminium was niet langer een rariteit. Het was de benchmark.
Toen de industrie een andere kant opging
Rond 2005 was de balans in het wedstrijdwielrennen definitief doorgeslagen naar carbon. Veel merken stopten volledig met aluminium en gebruikten het alleen nog voor instapmodellen, waarbij het niet te veel moest kosten.
Ook Cannondale omarmde de carboninnovatie en introduceerde de Six13, SystemSix en SuperSix. Maar we bleven óók geloven in aluminium – of in de CAAD. We bleven innoveren, verfijnen en heruitvinden en maakten alu frames die net zo goed presteerden als carbon, voor een fractie van de kosten. Slimme renners zonder diepe zakken of sponsoren begonnen CAAD-frames op te bouwen en stopten hun geld in high-end wielen en onderdelen, waarmee ze betaalbare racers creëerden die de instap-carbonfietsen omver bliezen op het gebied van gewicht, handling en prijs-kwaliteitverhouding. Andere fabrikanten leken het niet te zien of het interesseerde ze niet. Maar ons wél.
De CAAD keert terug als statement
De CAAD9 markeerde het begin van de heropleving van high-performance aluminium. Voor het eerst werd CAAD een platformnaam, niet alleen een frame-aanduiding. En in 2009 volgden we ons instinct en trokken we vol door, met CAAD9-uitvoeringen tot en met Dura-Ace-niveau. Alu frames met high-end onderdelen… veel mensen verklaarden ons voor gek. Maar nog veel meer mensen wisten dat we goed zaten. Wat op papier risicovol leek, bleek in de praktijk een groot succes. Performance-aluminium was terug, en hoe!
De CAAD10 legde de lat nog hoger en werd de maatstaf voor aluminium, met prestaties die niet onderdeden voor die van carbon en vormen die vooruitwezen naar de eerste SuperSix EVO. Daarna volgde de CAAD12 met schijfremmen, een ongelooflijk soepele fiets, met een design dat volledig op aluminium afgestemd was in plaats van carbon imiteren.
Als je goed hebt opgelet, viel het je misschien al op: er was geen CAAD11. De CAAD11 heeft nooit bestaan. Gewoon om iets onverwachts te doen besloten we CAAD11 over te slaan en direct naar 12 te gaan. Sommigen dachten dat dit te maken had met potentiële (naams)verwarring met Tourwinnaar en voormalig Cannondale MTB-kampioen Cadel Evans. Anderen dat we bij voorbaat al genoeg hadden van alle 'it-goes-to-11' Spinal Tap-verwijzingen. Maar nee: het was gewoon om het anders te doen en te laten zien dat de CAAD12 zó geavanceerd was dat hij een cijfer moest overslaan. Niemand heeft ooit gezegd dat we normaal zijn, gelukkig…
De les was duidelijk – en legde de basis voor wat daarna kwam.
De fiets combineert dikke buizen, gladde lasnaden en een klassiek aluminiumsilhouet met moderne topprestaties. Het gevoel is explosief, precies en levendig – onmiskenbaar CAAD.
De CAAD14 is geen substituut voor carbon. Het is geen figurant. Het is het bewijs dat aluminium, als je het op de juiste manier vormgeeft, nog altijd iets unieks te bieden heeft.
Het is niet voor iedereen.
Maar wie het vóelt, wil nooit meer anders.