Hoe het begon
Foto's: Cannondale-archief
Een duik in Cannondale’s rijke Enduro-geschiedenis.
We houden *^%&ing veel van Enduro. Zo simpel is het. We houden ervan, en we houden ervan sinds het eerste begin. De liefde voor Enduro-racen zit diep bij ons.
Bij de Enduro World Championships waren we er van begin tot 'eind' bij, met Jérôme Clémentz die de allereerste titel won op zijn Jekyll en Ella Conolly die vorig jaar de beste was op een speciale nieuwe machine. En toen Enduro in 2025 ook elektrisch ging stonden we er opnieuw en wonnen we de E-EDR Worlds met onze Moterra LT. We hebben rijders en races over de hele wereld ondersteund, samengewerkt met toonaangevende namen binnen de scene en nieuw talent op weg geholpen met ons North American Farm Team project. En bij dat alles hebben we een aantal iconische fietsen gemaakt die onze renners hielpen om te winnen en de sport om zich verder te ontwikkelen, en het belangrijkste van alles: we hebben er enorm van genoten.
Afhankelijk van wie je het vraagt is enduro óf het beste wat het wedstrijd-mountainbiken ooit is overkomen óf een relikwie uit het verleden. De redder van de pure, authentieke MTB-events of juist een vluchtige hype: moeilijk te organiseren, lastig te promoten en nog lastiger te vermarkten. In zekere zin hebben ze allemaal gelijk, en precies dat is wat we er zo mooi aan vinden.
Voor wie de sport niet (goed) kent: Enduro is een wedstrijddiscipline binnen het mountainbiken die het beste van een dagje fietsen met vrienden combineert met competitie. Je gaat naar een adembenemend, bucketlistwaardig fietsgebied. Je rijdt in een rustig tempo met de andere rijders omhoog, knalt daarna zo snel mogelijk over afgesloten trails – getimed door de organisatie – naar beneden, en daarna doe je dat nog een keer. En nog een keer, en nog een keer. Volledig self-supported. Omdat Enduro een combinatie vereist van conditie, uithoudingsvermogen en serieuze daalskills beloont het de complete mountainbiker veel meer dan de traditionele XC- en downhill-formats doen. De opzet van de wedstrijden maakt ze bovendien gastvrijer en toegankelijker voor 'normale' rijders dan veel andere racedisciplines. Je hebt een goede conditie nodig, maar niet die bloedsmaak-achtige inspanningen die nodig zijn voor XC. Je hebt een goede daaltechniek en lef nodig, maar niet dat krankzinnige niveau dat je nodig hebt voor pure downhillracing. En misschien wel het belangrijkste: omdat je tegen de klok rijdt in plaats van tegen directe concurrenten, kun je net zo goed tegen jezelf of vrienden racen als voor het podium.
En Cannondale-rijders maken er al jarenlang het beste van. Nog voordat legendarische promotors als Fred Glo, Enrico Guala en Franco Monchiero begin jaren 2000 het moderne Enduro-tijdperk aftrapten met events als de Tribe 10.000, French Enduro Series en Italian SuperEnduro Series, waren door Cannondale gesponsorde rijders al bezig om de grenzen van zichzelf en hun materiaal af te tasten in proto-enduro-events zoals de Megavalanche en Mountain of Hell en SuperD-races in de VS zoals de Downieville Classic. Deze vroege events behoorden tot de eerste events die elementen van downhill en cross-country combineerden en zowel een ijzersterke conditie als daalskills vereisten, én fietsen die alles aankonden. De tegenstrijdige eisen van deze races dreven de innovatie in de richting van wat later de all-mountain- of endurobike zou worden: een fiets die licht was en efficiënt bergop, maar waarop je ook zonder problemen keihard omlaag kon knallen.
Een van de eerste fietsen die deze kloof tussen XC en downhill overbrugde, was onze allereerste Jekyll. Hij was licht maar sterk, met een innovatieve achtervering waarmee je de geometrie van de fiets kon aanpassen van XC-snel naar meer DH-lui en laag, afhankelijk van het parcours. Vervolgens kwam de Prophet, een efficiënte en robuuste fiets met twee geometrie-standen. De Prophet was geliefd bij agressieve trailrijders en hielp Jérôme aan zijn eerste overwinningen in de Megavalanche en Mountain of Hell.
De volgende grote stap kwam met onze zogeheten 'OverMountain'-bikes, waaronder de tweede generatie Jekyll, waarmee rijders met één druk op de knop de geometrie, veerweg en demping konden aanpassen: zo konden ze klimmen op een superefficiënte short-travel fiets en dalen op een lage, luie, long-travel machine.
Deze generatie Jekyll hielp Jérôme aan het allereerste Eastern States Cup Enduro World Championships in 2013 en dit was ook de fiets die de Amerikaanse endurolegende Mark Weir en zijn NorCal-rijders verleidde om naar Cannondale over te stappen. Mark was een van de eerste Noord-Amerikanen die meedeed aan de vroege Europese enduro-races en werd een ware ambassadeur van deze nieuwe discipline: hij reed overal en organiseerde ook zelf events, zoals zijn TDS-endurorace in Marin County die we sinds jaar en dag sponsoren. Over sponsoring gesproken: we steunen de enduro-scene al jaren en sponsorden in het verleden races zoals de Cannondale Enduro Series, de British Enduro Series, de Western Cape Enduro Series in Zuid-Afrika, de Big Ride Enduro in Spanje en nog veel meer. Tegenwoordig doen we dat nog steeds met de North American Enduro Cup en de nieuwe Cannondale Enduro Series, events die bewijzen dat – hoewel de tijden en het materiaal zijn veranderd en enduro volwassen is geworden – de vibe uit de beginjaren er nog altijd is en zelfs beter wordt.
Die had 27,5” wielen en een dual-mode demper genaamd Gemini die al fietsend van 165 naar 130 mm veerweg kon worden geswitcht – wat onze racers zowel bergop als bergaf voordeel gaf. Van deze fiets kwam al snel een 29”-versie toen grotere wielen de norm werden in het agressievere afdaalwerk. Tegen die tijd schoof het enduroracen meer en meer richting het pure downhillen, met parcoursen en fietsen die een paar jaar eerder niet zouden hebben misstaan in de World Cup Downhill.
Dit brute apparaat boekte veel succes met een nieuwe generatie rijders zoals Mitch Ropelato, Kera Linn, Iago Garay en Ella Conolly, maar voor veel rijders voelde het alsof deze switch naar hyperagressieve parcoursen en de bijbehorende long-travel bikes de endurosport wegduwde van zijn oorspronkelijke karakter – van het gewoon omhoog rijden en omlaag knallen met één fiets die alles kan. Veel organisatoren zagen dat ook zo en zo begonnen de parcoursen de laatste jaren weer iets minder extreem te worden, en werd finesse en precisie weer net zo belangrijk als brute kracht. Het was tijd om de endurofiets opnieuw een update te geven.
In nauwe samenwerking met onze rijders begonnen we te brainstormen over de volgende stap. De nieuwe fiets moest robuust genoeg zijn om vol gas door ruige secties te vliegen, maar ook licht en wendbaar genoeg om de juiste lijnen te kiezen en nauwkeurig te sturen. Hij moest voldoende veerweg hebben voor agressieve afdalingen, maar tegelijk efficiënt en responsief zijn voor de klim- en pedalsecties. Hij moest eenvoudig en intuïtief zijn – een fiets die je overal voor kunt gebruiken, klaar voor wedstrijden of voor een snelle lunchrit op je lokale trails, een fiets die de alleskunners-mentaliteit van enduro eer aandoet.
Na jaren van dromen, testen, verfijnen, herontwerpen en nóg eens verfijnen, kwam er een prototype uit het Lab. Een endurofiets voor enduro zoals het bedoeld is. Een eerbetoon aan de race- en rijstijl waar we zo van houden, en een fiets waarvan we dachten dat hij klaar was om te racen. En dat bleek te kloppen. Vraag maar aan Ella Conolly. Zij piloteerde die LAB71 Prototype regelrecht naar het hoogste podiumtreetje van het WK Enduro 2025. De toekomst van Enduro heeft er nog nooit zo goed uitgezien.